Paniek, opluchting, bezorgdheid, moeheid: allerlei emoties vochten om voorrang op de dag dat ik vader werd, nu vierenhalf jaar geleden. Wat overheerste, was de vraag waarover ik tot dan toe geen seconde had nagedacht: wat nu? Ja, er was een babykamer. Speentjes, flesjes, poedermelk, alles lag klaar. Maar wat moest ík doen? Ook grotere vragen drongen zich aan me op. Wat werd mijn rol? Kon ik een voorbeeld worden voor mijn zoon? En hoe moest ik hem in godsnaam over pakweg twintig jaar afleveren als uitgebalanceerde jongvolwassene?
Zelf werd ik eind jaren zeventig opgevoed door een thuisblijfvader, terwijl mijn moeder werkte. Een uitzondering in die tijd. Mijn vader was een ‘oude vader’ – hij was 36 toen ik geboren werd – en hij vond fulltime bij ons zijn fantastisch, om…
