Hij was bijna altijd wakker, mijn oudste. Vanaf het moment dat hij uit mijn buik gekropen kwam, keek hij met grote ogen non-stop om zich heen en sloeg met gebalde vuistjes van zich af. Zijn buikje borrelde altijd, hij spuugde veel en als hij mee ging naar een gelegenheid waar meer dan drie mensen bij elkaar waren, was het de rest van de dag huilen. ‘Ontregeld kind. Snel geprikkeld,’ constateerden consultatiebureau en kinderarts, die we uiteindelijk ten einde raad inschakelden. Rust en regelmaat, was het advies. En dat betekende inbakeren, weinig bezoek, nergens naartoe en niet naar een kinderdagverblijf maar naar een gastouder. Want zo’n felverlichte mierenhoop, dat konden we hem echt niet aandoen.
Toen kwam onze dochter. Die konden we bij wijze van spreken drie dagen na haar geboorte…