Half één en nog altijd twijfel. Ik heb al drie kwartier niemand buiten gezien, dit is het perfecte moment. Opstaan, naar beneden lopen, doppenset pakken, de deur uit. Ga, ga. Maar iets houdt me op mijn stoel, achter mijn laptop, hier naast jou. Misschien omdat het zo heerlijk is om weer aan dit bureau te zitten. Ik was bijna vergeten hoe het blad eruitzag, vreemd hoe makkelijk een bureau een commode wordt; laken erover, luiers waar boeken lagen, in de lades geen pennen maar rompers. Of misschien zit ik hier nog omdat jij steeds bijna wakker wordt, jammert in je slaap en onrustig door je bed woelt. Ik wil iets voor je doen, maar niets helpt tegen deze hitte. De ventilator naast je bed brengt geen verkoeling, maar verplaatst alleen…
