‘Schat, hij wil écht drinken,’ roept mijn man René boven het gewèèèèh van onze vijf weken oude baby Sam uit, terwijl hij hem door de woonkamer wiegt. ‘Nee joh, dat kan niet,’ reageer ik geïrriteerd. ‘Ik heb hem nog geen anderhalf uur geleden gevoed en ons eten is bijna klaar.’ Als het aan René ligt, is mijn borst dé oplossing voor elk huiltje van Sam. Au!’ Ik brand ondertussen mijn vinger aan de loeihete lasagne die ik uit de oven haal. ‘Nee Jip, niet aan die schaal komen,’ corrigeer ik mijn andere zoon van bijna twee, die al in zijn kinderstoel zit. René zingt ‘op een grote paddenstoel’, maar Sams gejammer houdt aan. ‘Hij gaf net toch best veel melk terug?’ probeert René me nog een keer van zijn honger…