Poetsen
Soms schrikt Bente even, op momenten dat Cesar en ik dicht bij elkaar zijn. ‘Eén op één,’ roept ze dan. ‘Het is bijna eng, jullie zijn één op één!’ Het schijnt in onze gezichten te zitten, zelf zie ik dat niet. Ik zie wel iets in de vorm van zijn hoofd, dezelfde vorm als Bentes hoofd. Een hartjesvorm: rond aan de bovenkant, spits van onder. Met heel lage oortjes. Toen Cesar werd geboren, zag ik meteen die lage oortjes. ‘Hij heeft jouw oortjes,’ was het eerste dat ik tegen Bente over hem zei. Het ging er niet eens om dat ze zo laag zaten, meer dat het zulke flapoortjes waren. Op dat moment vond ik het niet leuk om dat te benadrukken, er flapte wel meer uit Bentes keizersnee…
