Het is zondagochtend half negen en de sfeer zit er goed in. De nacht was gebroken (verkoudheid baby), de ochtend vroeg (plasbed peuter). Zo’n dag waarop je humeur weleens beter en je lontje weleens langer is geweest. Een prachtige voedingsbodem, kortom, voor discussies met mijn peuter. Daar gaan we, want na de blokken, de volledige spoorbaan van Thomas de trein en de vingerverf komt nu de plastic tractor uit de kast. De zíngende plastic tractor. Het ding dendert door de kamer, schurend over de houten vloer. En zingend, dus. Even laat ik het gebeuren, maar dan denk ik aan de slapende buren: ‘Wil je daarmee ophouden?’ vraag ik. Het blijft stil. Pas na drie keer herhalen reageert mijn peuter met: ‘Nee, mama, ik denk het niet.’ En hij geeft de…