De tentoonstelling beslaat de Nederlandse koloniale periode die 250 jaar duurde: van de 17e tot de 19e eeuw. Aan de hand van tien waargebeurde verhalen wordt de bezoeker meegenomen: de verhalen van João, Wally, Oopjen, Paulus, Dirk, Lohkay, Van Bengalen, Surapati, Sapali en Tula staan centraal. Deze verhalen zijn divers in hun verhouding tot slavernij, van tot slaaf gemaakte mensen tot zij die er economisch van konden profiteren, moment en geografie. De tentoonstelling richt zich op het Nederlandse koloniale verleden in Suriname, Brazilië en de Caribische eilanden waar de West-Indische Compagnie (WIC) actief was, en Zuid-Afrika en Azië waar de Verenigde Oost Indische Compagnie (VOC) werkte. De tentoonstelling bestaat onder andere uit niet eerder getoonde objecten, de ingesproken verhalen van de tien hoofdpersonen en het kunstenaarsproject Look At Me Now…