In Polen kwam de achterlijkheid gewoon door de voordeur binnengewandeld.
Beter: gemarcheerd, neus in de lucht, hondsbrutaal. Meestal sluipt ze, zoekt ze slinkse wegen, glipt ze via de achteringang naar binnen wanneer niemand oplet. Maar niet in Polen. Daar liet de regerende partij, die zich Recht en Rechtvaardigheid noemt, abortus de facto verbieden. Openlijk en trots. Het idee van vrouwelijke zelfbeschikking, van autonomie, van handelingsbekwaamheid, van baas in eigen buik: weggevaagd. In naam van aanhangers van geloofsregels die, net als bij zoveel andere geloven, een eeuwigheid geleden door mannen zijn opgeschreven om de vrouwtjes eronder te houden.
Vroeger dacht ze nog dat het recht op abortus toch zeker eerder zou komen dan het homohuwelijk. ‘Later drong het tot me door: bij het homohuwelijk waren ook mannen betrokken.’ Buiten hebben de…
