‘Zodra de kinderen waren uitgevlogen, zou ik mijn huis verkopen en op zoek gaan naar een appartement in het hart van de stad. Lekker dichtbij het vuur; de musea, de theaters, het leven. Ik snakte ernaar, na bijna vijfentwintig jaar - omwille van het gezin- in die groene, maar verder zo slaapverwekkende buitenwijk te hebben gewoond. Maar toen het moment eindelijk was aangebroken, kon ik het niet. Op de een of andere manier voelde het alsof ik nog niet klaar was daar. Noem het moederinstinct, want ik kon niets concreets aanwijzen wat dat gevoel kon verklaren. Dat kwam pas later, tijdens de pandemie…
Nicole, mijn oudste dochter, woonde nét alleen toen corona uitbrak. Voor die tijd deelde ze haar woning altijd met een of meer vriendinnen, maar toen ze eenmaal…