Zondagochtend tien voor tien gaat de telefoon. Mijn mamsie. ‘Kaar,’ zegt ze, ‘ik ben op, ik ben klaar met leven. Ik wil lekker doodgaan.’ Dat ‘lekker’ geeft de opmerking nog een beetje humor. Ik wist dat dit telefoontje een keer zou komen.
Mijn mam, zesentachtig, fysiek steeds slechter, mentaal kraakhelder, had het die ochtend onder de douche opgegeven. In een mum van tijd was onze hele familie, zo’n dertien mens sterk, bij haar. We huilden, we lachten en prezen ondanks ons verdriet mijn moeders stoere keuze. Ze praatte honderduit, blij met de aandacht, blij met haar besluit. Voor euthanasie had ze alles geregeld en ze dacht dat het met een belletje naar haar huisarts zou worden gefikst. ‘Hup, die spuit erin en wel NU,’ aldus moeder, vanuit haar bed nog…
