‘Het onbehagen is absoluut wederzijds. Zodra ik begin over mijn stokpaardje, mijn nieuwe lifestyle, verandert de sfeer direct. Kregelige blikken, vermoeide zuchten, demonstratieve desinteresse; je moet wel heel ongevoelig zijn, wil je dat allemaal niet opmerken. Pijnlijk, want ik heb het hier over echt heel goede vrienden. Mensen met wie ik al zeker twintig jaar intensief omga, met wie ik zo’n beetje alles deel – mijn familie in de grote stad als het ware. Ik dacht dat de onderlinge banden inmiddels onverwoestbaar waren, dat alleen heel extreme dingen nog tot een verwijdering zouden kunnen leiden, maar een gezond leven?
Mijn vrienden zullen tegenwerpen dat het daar niet om gaat. Zij storen zich aan mijn ‘zendingsdrang’, zoals zij het noemen. Maar dat is het niet, ik wil gewoon dat ze het…