‘ZE HIELD VAN OVERDAAD, MIJN MOEDER, VAN VERSIERING’ In de kerk van Ajijic stak ik een elektrisch kaarsje op voor mijn moeder omdat ze twee jaar geleden overleed. Het lichtje sprong aan toen het muntstuk de gleuf passeerde. Op een bank in de lege kerk een tijdje aan haar gedacht en het woord tot haar gericht, waarbij het me opeens vreemd voorkwam dat er geen hiernamaals zou zijn, waar zij kalm naar mijn woorden luisterde. Religiositeit lijkt me soms een natuurstaat, slordig verborgen onder het agnostische oppervlak, dat aangeleerd en broos is. Mijn moeder, dacht ik, had het een fijne kerk gevonden, waar de lelies in de bloemstukken bedwelmend roken en kwistig was omgesprongen met draperieën, goudverf en marmer. Christus overzag deze dingen aan zijn kruis, hevig bloedend, omdat de…
