Als je bij Lenie ’t Hart op bezoek gaat, kan het gebeuren dat je je auto binnen een kwartier alweer van het erf af moet zetten, zodat de bestelwagen met diervoeders erlangs kan. De dieren zijn sowieso het eerste waar je bij Lenie tegenaan loopt. Schapen, in de stal. Kippen, scharrelend bij de achterdeur. Katten, in en om het huis. ‘Doe bist moekes laiverd,’ zegt ze. ‘En doe ook.’ Tegen de dieren praat ze gewoon Gronings. Onderscheid maakt ze niet, allemaal zijn ze moekes laiverd, maar daarover straks meer. Ook achter het stuur van Lenies oude Volvo ligt een kat te slapen: ‘Die is niet eens van mij.’ Binnen brandt de haard. Lenie zet thee en serveert stukjes banketstaaf. In de vensterbank staat een beeldje van een uil, die plotseling…