Onverstoorbaar doorklieft de boeg van de Doerak een tapijt van loodgrijze golfjes. Het kielzog strekt ver over het Sneekermeer. Bruin riet langs de oevers, kale boomkruinen. Een groepje ganzen maakt zich, heupwiegend, uit de voeten als ons motorscheepje nadert. Zoveel reuring zijn ze niet gewend. We zijn deze vale winterdag vrijwel alleen met de dieren. Met aalscholvers, ooievaars, ijsvogels, wintertalingen, slobeenden, krakeenden, smienten, haviken, watersnippen en zilverreigers. Op gepaste afstand weliswaar, want we volgen de erecode: ‘Geniet en vaar bewust, gun vogels in de winter hun rust.’ We blijven dan ook uit de buurt van de gele boeien die bij de Friese Meren en de Alde Feanen te vinden zijn. Die markeren van 1 oktober tot 1 april de vogelrustgebieden.
Water, wind, wolken en de Friese horizon
In de winter…