In de wapenkamer van de Secret Intelligence Service (SIS), een ondergrondse opslag die rook naar wapenvet, had Peter Tazelaar een Colt.45 uit het rek gepakt.
Een zwaar automatisch pistool, met een ongebruikelijk kaliber van 11,5 mm. Het wapen had meer stopkracht dan de meeste pistolen en een prettige trekkerspanning: je hoefde niet veel druk te zetten, wat een strakker schot opleverde. Dat maakte het verschil tussen leven en dood als hij straks op het donkere strand van Scheveningen aan land zou gaan. Met Betsy, zoals Tazelaar zijn Colt zou noemen, was het liefde op het eerste gezicht. Een liefde die zou duren tot zijn dood.
Op zondag 23 november 1941, vijf uur in de ochtend, liep Peter Tazelaar, codenaam Bag, gekleed in een smetteloze smoking in het afnemende duister over…
