Het was nog midden in coronatijd en de verveling begon toe te slaan. De legpuzzels waren gelegd, de boeken gelezen, die ene must see Netflix-documentaire (The Last Dance) bekeken, de omringende straten bewandeld, de afhaaldiners achter de huig geperst. Tja, en wat nu? Nou, dat trof. De vorige hoofdredacteur van Revu, inmiddels uitgever, had een lumineus idee. Of ik al wist dat er een heleboel canons bestonden – van onze geschiedenis, van het onderwijs, van de sport, ja zelfs van Haarlem – maar dat er geen enkele de historie van het Nederlandse voetbal behandelde. Hij zag het meteen voor zich: vijftig hoofdstukken (vensters) over al het moois dat in ruim honderdvijftig jaar vaderlands voetbal de krijtlijnen gepasseerd had en die mooi presenteren in een rijk geïllustreerd boekwerk, getiteld De Canon…
