M’n eerste ‘ontmoeting’ met Johan Cruijff zal ik nooit vergeten. Het was 14 januari 1973 toen het grote Ajax op bezoek kwam bij het kleine HFC Haarlem en ik als 8-jarige pupil van de club ergens vastgeplakt stond aan het hek om deze wedstrijd met grote ogen te bekijken. Kijken dekt eigenlijk de lading niet, vergapen is beter. Het beste team van de wereld, want tweevoudig – onderweg naar nummer 3 – winnaar van de Europacup I en houder van de Wereldcup, bezocht zomaar ons krakkemikkige stadionnetje aan de Jan Gijzenkade.
Krol, Hulshoff, Neeskens, Keizer, Rep en natuurlijk die ene, onnavolgbare grootheid. Ik weet niet zo goed meer welke Roodbroek (Beer Wentink, Piet Hoeben, Gerrit Peijs?) het flikte om het leder aan de gouden voeten van Johan Cruijff te ontfutselen,…
