Amsterdam, eind jaren 80. Taxi’s rijden af en aan over de in het donker gehulde gracht. Op de achterbank fantaseren opgewonden mannen – vaders, getrouwde gezinsmannen en jonge vrijgezellen – ongeremd over de onvergetelijke, uitzinnige avond die ze te wachten staat. Zouden de verhalen waar zijn? De witte duiven boven de ingang komen steeds dichterbij. Wat speelt er zich allemaal af achter die deur? Zijn de vrouwen echt zo mooi? En de feestjes zo wild? Wie ga ik er allemaal tegenkomen? De opwinding, zeker bij de first-timers, is aanzienlijk. Bij het trappetje onder aan het Singel 295 verzamelt zich een bont gezelschap: acteurs, grote politici, beruchte penoze en stinkend rijke zakenlui uit verre oorden. De manager, strak in het pak, verschijnt met een hoffelijke glimlach in de deuropening. ‘Gentlemen, welcome…