Toen chirurgijnendochter Maria Ponderus in 1764 op 92-jarige leeftijd overleed, was haar maat in het kwaad, notaris en procureur Pieter van Aerden, al 45 jaar kassiewijle. Ook de twee zoons en dochter die ze samen op de wereld hadden gezet, lagen toen al lang en breed met een tuintje op hun buik in de grond. Onbemiddeld was de weduwe echter geenszins, en een slecht hart had ze eveneens niet. Omdat zaken als huurtoeslag en bijstand in die tijd nog niet bestonden, liet zij in Leerdam, aan de oever van de rivier de Linge, een hofje bouwen, bedoeld om de armlastige en ongehuwde dames uit de families Ponderus en Van Aerden te huisvesten, zolang ze maar niet katholiek waren. Tot op de dag van vandaag biedt het vrouwenhofje onderdak aan armlastige,…
