Ik kijk geërgerd op van mijn computer. Mijn verkouden geliefde Duncan zit op de bank te snotteren. Elke keer dat hij zijn neus snuit, lijkt het net alsof een Afrikaanse olifant opgewonden trompettert. Of het allemaal wat minder kan, snauw ik. Ik probeer me te concentreren, godverdomme.
Duncan werkt thuis, want in coronatijden mag hij niet naar kantoor. En nu hij verkouden is, blijft hij constant thuis, 24 uur per dag. Het is om gek van te worden. We begonnen vandaag samen aan tafel, maar omdat hij bizar veel geluid maakt, is Duncan verbannen naar de bank. Daar zit hij nu te mokken met zijn computer op schoot, in verwassen joggingbroek, met om zijn mond restjes yoghurt van zijn ontbijt. Niet dat mijn voorkomen de schoonheidsprijs verdient. Mijn haren moeten…
