Het is nog vroeg in de ochtend als de rechtszaak van meneer M. op het rooster staat. Iedereen die aanwezig moet zijn, zit paraat: de rechter, de officier van justitie, de griffier en de bode.
Het wachten is op de 31-jarige M., die, omdat hij vastzit voor een ander delict, van beneden uit de gevangenis moet komen. Een paar minuten geleden zijn de twee politieagenten die hem op moeten halen door een speciale gevangenenzijdeur in de rechtszaal vertrokken. De rechter neemt in stilte een slokje water. Hij kijkt de zaal eens rond. Geen publiek, op twee mannen na.
‘U twee bent journalist, toch?’ mompelt de rechter, om de tijd te doden.
‘Ja,’ antwoordt de tekenaar. ‘Nieuwe Revu.’
‘Oh.’ De rechter knikt en neemt een slokje water. ‘Die las ik vroeger…