Zodra de woorden ‘bejaarde’ en ‘vermist’ gebroederlijk in een krantenkop opduiken, lopen de rillingen ons schielijk langs de rug. Bejaarden, die dienen in blakende gezondheid zelfstandig thuis te wonen en lekker naar Heel Holland Bakt te kijken met een prakje warme nasi op de broze schoot, in blijde afwachting van het vaste wekelijkse telefoontje op de zondagavond van dochter- of zoonlief, en, als ze helemaal een topweek hebben, ook nog even vlug een ‘Wazzup ouwe, waar blijft m’n erfenis?’ van een van de kleinkinderen meepikken. Of, wanneer de gezondheid, fysiek dan wel mentaal dan wel een combimenuutje van beide, de geneugten van het leven heeft ingeperkt tot het strikt noodzakelijke (ademen, eten en drinken doorslikken en de volgende ochtend weer ontwaken), dan toch op z’n minst in een spartaans verzorgingstehuis…
