Voor het eerst in m’n leven woon ik in een nieuwbouwwoning. Hiervoor waren het allemaal tweedehandsjes, huizen met kamers waarin al gegeten, gedronken, geslapen, gescheten, geboerd, geruzied en geneukt was voor ik er at, dronk, sliep, scheet, boerde, ruziede en neukte.
Er hadden vast ook mensen liggen sterven. Een onfris idee. Dat een vleugje vocht van zo’n laatste ademtocht in de muren is getrokken. Een snuifje lijklucht van een wildvreemde dat achter het behang ligt opgeslagen, geduldig afwachtend tot een gortdroge zomer het uit de stenen zuigt, vrij door de kamer doet zwemen en dan, als ik inadem, een van mijn twee neusgaten betreedt, door de luchtpijp naar beneden de longen in om aldaar opgenomen te worden in mijn bloed en tot mijn eigen sterven door m’n dunste haarvaatjes te…
