Meteen als de 23-jarige meneer E. de rechtbank binnenstapt, valt op hoe jong hij eigenlijk nog oogt. Hij zou een pizzakoerier kunnen zijn, ergens in een klein dorpje in de provincie, of de linksachter van de A2 van voetbalvereniging De Turfstekers in Meppel. Meneer E. mag dan onder begeleiding van twee agenten uit de gevangenis zijn gekomen, gevaarlijk oogt hij niet. Eerder wat kinderlijk, wat speels. Alsof hij in de gevangenis, in afwachting van zijn rechtszaak, nog even een uurtje met zijn Pokémonkaarten heeft zitten spelen. Maar dan, net voor hij gaat zitten, met het mapje dat hij uit de gevangenis heeft meegenomen in zijn hand, mislukt het hem om een grijns te onderdrukken. Een kleine, bijna onzichtbare, valse grijns. Hij knikt een beetje verlegen naar de rechter. Dan kan…
