De publieksbanken van de rechtszaal zitten behoorlijk vol. Een klasje vol met geïnteresseerde studenten kijkt zwijgend toe hoe meneer Riemers, een bejaarde met een stok, de zaal binnenhinkt. Tergend langzaam loopt hij om de publieksbanken heen, naar de voorkant van de ruimte, waar de rechter, de griffier en de officier van justitie zitten. Toch neemt meneer Riemers niet plaats in het beklaagdenbankje, maar helemaal vooraan, op de voorste publieksbank. Puffend en zuchtend legt hij zijn wandelstok naast zich neer en kijkt een keer om zich heen. De man ziet eruit zoals een opa er doorgaans uitziet: netjes gekleed, haren in de brillantine en kalm van aard.
‘Er zijn wat toeschouwers en wat mensen van de pers, meneer,’ mompelt de rechter.
‘Oké,’ antwoordt meneer Riemers. Nog één keer kijkt hij de…
