Het is nog vroeg op het moment dat Van den D., een vrouw van pakweg 28 jaar, binnenkomt aan de arm van haar moeder. Ze sloft binnen op slippers, terwijl ze een flesje ijsthee met zich meedraagt. Met een beetje een afgestompte blik in haar ogen, die ook veroorzaakt zou kunnen worden door de opgetekende wenkbrauwen, neemt ze plaats in het beklaagdenbankje, terwijl de moeder van Van den D., een mevrouw met opgeföhnd geblondeerd haar, met samengeperste lippen zwijgend in het publiek gaat zitten. Aan de zijdeur van de rechtszaal, waardoor verdachten binnenkomen die al in hechtenis zitten, staat een agent te wachten op meneer Van der L.
Dan valt de rechtszaal stil. De rechter, de officier, de griffier en Van den D. wachten allemaal zwijgend op meneer Van der…