Als eersten komen er twee gezellige, vrolijke maatschappijleerjuffrouwen van een jaar of 50 binnenwandelen, met een roede leerlingen achter zich aan. De dames begroeten de bode, de griffier, de rechter en de officier, maar de laatste drie reageren amper.
‘Een beetje doorschuiven, jongens,’ probeert een van de docenten te f luisteren. Voor f luisteren heeft ze geen talent: de woorden schallen door de hele rechtszaal. Dan schuiven de dames achter twee leerlingen aan de banken in. Allebei zitten ze met hun tasje op schoot, zoals alleen vrouwen van 50 met hun tasje op schoot kunnen zitten. Gezellig. Moederlijk. Maar vooral: opgeruimd. Een van hen ademt een keer diep in en uit. Ze heeft een net iets te gezellige glimlach.
Onrustig en schichtig
Dan komt, iets te laat, de pakweg 30-jarige…