Het is vroeg nog, in de rechtbank. De rechter, een man op leeftijd, heeft er nog geen zin in, maar dat weerhoudt hem er niet van met een soort meewarig dedain toe te kijken hoe beklaagde meneer A. de rechtszaal binnenkomt. De rechter kijkt zoals Gandalf kijkt naar Frodo, zoals Adriaan naar Bassie en zoals Gert naar Samson: met een blik waar de mentale superioriteit vanaf druipt. Toch heeft meneer A. het er maar mee te doen. Hij gaat zitten, terwijl de rechter vaderlijk glimlachend toekijkt. ‘Staat mijn microfoon wel hard genoeg?’ fluistert hij bijna. ‘Pardon?’ antwoordt A. ‘Mijn microfoon, ik praat vrij zachtjes.’ De rechter schuift de microfoon, die uitstaat, wat dichter bij zijn mond en glimlacht. ‘Zo, dat is beter, denk ik?’ ‘Wat zegt u?’ ‘Dit is beter,…
