‘Eigenlijk,’ zegt olympisch medaillewinnaar Matthijs Büchli, ‘bestaat baanwielrennen voor een belangrijk deel uit het voorspellen van de toekomst.’
De renner uit Santpoort heeft even daarvoor nog uitgelegd dat de sport, met die bekende, bijna angstaanjagende steile houten baan, eenvoudig valt te duiden in drie woorden: ‘Hard, lomp beuken’. Wie het hoogste wattage trapt op de fiets, die wint. Daarom pijnigt hij, een beer van 1,88 meter en 92 kilo, zichzelf minstens vier keer in de week in de sportschool met sprintseries van 30 seconden. Krankzinnige verzuring, om daarna minutenlang op de grond te liggen kronkelen van de pijn. ‘Het lichaam moet zich minstens een halve minuut volledig kapot kunnen trekken op de baan.’
Maar nu komt hij tot de kern. Zó eenvoudig ligt het namelijk ook weer niet. Waarschijnlijk behoort…