OP EEN FRISSE AVOND zitten drie mannen in de schemering van de ondergaande zon rond een houten tafel, in de pastorie van een dertiende-eeuwse kerk in Transsylvanië. Buiten staan bijenkorven, er scharrelen eenden rond. We horen een witte langharige hond blaffen tegen iets in de oprukkende duisternis. Verwarmd door een houtkachel drinken de mannen thee en eten hartige, pretzelachtige koekjes. Ondertussen vertellen ze over hun dorp, Karácsonyfalva.
Transsylvanië is typisch zo’n plek waarvan de naam veel bekender is dan het gebied zelf. Toen Europa nog een stuk ongerepter was, spande Transsylvanië de kroon als afgelegen uithoek. Bram Stoker beschouwde het daarom als de ideale achtergrond voor Dracula, ook al had hij nog nooit één voet in de regio gezet. Transsylvanië wordt nog altijd geassocieerd met Saksen, Hunnen, Ottomanen, Tataren en allerlei…