GEOGRAFEN GEBRUIKEN nog altijd het aloude systeem van elkaar kruisende lijnen om locaties op aarde te markeren. Voor de breedtegraad, de positie tussen noord en zuid, geldt als logisch uitgangspunt de evenaar, de lijn die de aarde verdeelt in het noordelijk en zuidelijk halfrond. Maar voor de lengtegraad, die aangeeft hoe ver oostelijk of westelijk iets zich bevindt, bestond vroeger geen eenduidige scheidslijn. Cartografen werkten met zelfgekozen nullijnen, nulmeridianen, die ze vaak door hun eigen hoofdstad lieten lopen. En dat werkte, een tijdje. Uiteindelijk ontstond er een wirwar aan nulmeridianen, wat leidde tot verwarring bij gebruikers van land-en zeekaarten, in de tijdrekening en in de maritieme wereldhandel. Op de Internationale Meridiaanconferentie van 1884 in Washington, D.C. adviseerden afgevaardigden uit 25 landen om de nulmeridiaan die loopt door het Koninklijk Observatorium…