DE SPEELTUIN waar de Oostenrijkse Karoline Zanker haar jonge jaren doorbracht, was er een waarvan veel kinderen alleen maar kunnen dromen. Ze woonde in het schilderachtige Sankt Martin bei Lofer, een dorpje in de buurt van Salzburg. Voorbij de kleine pelgrimskerk wandelde ze zo het Lofergebergte in. Net onder de boomgrens, op 1585 meter hoogte, waar zelfs de winterharde lariks niet meer groeit, glipte ze als kind door een nauwe doorgang in het kalksteen. Diep in de berg, verscholen tussen hoge bergtoppen, lag de Prax Eishöhle: haar eigen sprookjeswereld.
Watervallen van ijs stroomden van het plafond, statige ijspilaren torenden hoog boven de kleine Karoline uit en aan de wanden van het honderden meters lange gangenstelsel glinsterden ijskristallen en -pegels als diamanten.
‘Het was wonderbaarlijk mooi,’ vertelt de 48-jarige Zanker, terugdenkend…