Karavaanreizigers die door de Sinaï trokken, vertelden over een schitterende stad vol villa’s, graftomben en votiefnissen, uitgehakt in roze zandstenen rotsen. Deze wonderbaarlijke plek was Petra, een stad midden in de woestijn, verborgen in een smalle bergpas, en daardoor goed beschermd en gemakkelijk te verdedigen. De enige toegang was de Siq, een duizend meter lange kloof die uitkwam bij ‘de schatkamer’, Al-Khazneh in het Arabisch.
Petra, door de Nabateeërs Raqmu genoemd, was zó groot was dat karavanen er een dag over deden om deze fascinerende stad te doorkruisen, zo lieten reizigers optekenen. Aan weerszijden werd Petra beschermd door de okerkleurige bergen. De bruisende stad had een enorme aantrekkingskracht en werd bezocht door reizigers van heinde en verre: Arabieren, Grieken, Joden, Romeinen en Syriërs. Zij vonden daar, midden in de immense…