Romeo en Julia
De balkonscène (verkort) Julia: Verlaat je me al? De dag is nog zo ver. Het was de nachtegaal en niet de leeuwerik, wiens heldere stem in ’t angstig oor je drong.
Romeo: Het was de leeuwerik, de dagheraut; geen nachtegaal. Zie welke boze strepen ginds in het oosten ’t wolkendek verscheuren.
Julia: Ah, ga nu, het wordt steeds helderder en ons verdriet steeds zwaarder!
Romeo: Tot ziens, tot ziens! Slechts één kus, en ik ga naar beneden. (Hij daalt af.)
Julia: O God! Mijn ziel voorvoelt ellende. Het lijkt of ik je zie, nu je beneden bent, als een dode man in een graf.
Romeo: Geloof me, liefde, jij ook, op mijn ogen: het droge verdriet drinkt ons bloed. Tot ziens, tot ziens!
BRIDGEMAN/ACI…
