Ooit, toen Erica Terpstra als olympisch zwemster nog elke ochtend het water in dook, was het hoop die haar drijvend hield: het vertrouwen dat er ergens, voorbij de laatste baantjes, een doorbraak lag, dat het morgen sneller zou gaan dan vandaag. Nu, decennia later, spreekt ze over hoop met dezelfde vanzelfsprekendheid als waarmee ze toen haar badmuts opzette.
POSITIEF
Ze is 82, maar zodra ze begint te praten, gebeurt dat met de opgewekte levenslust van iemand die zich niet laat reduceren tot een leeftijd, of tot het ongemak van een tegenstribbelende knie. “Dat ik last van mijn knie heb, is inherent aan mijn leeftijd. Dan ga ik niet zitten zuchten van ‘tjonge, jonge wat erg’, maar ik kijk meteen wat ik eraan kan doen, hoe ik het kan compenseren. Zo…
