Tegenover het Indisch Monument in Den Haag staat een man naast zijn auto. Hij heeft net de parkeerhaven bereikt als het begint: een golf van misselijkheid, een leegte in zijn maag. Hij stapt uit, buigt voorover en geeft over. De wereld tolt even. Dan verschijnt zij, een vrouw met zachte ogen. Haar witte auto staat voor die van hem geparkeerd. Ze loopt niet weg, maar blijft staan, haar hand al uitgestrekt. “Ach, lieve jongen”, zegt ze. “Maak je geen zorgen.” Ze reikt hem een tissue aan, legt haar hand op zijn arm. Voor hem is ze een vreemde, voor haar is hij dat niet. Ze heeft hem allang herkend: Jan Slagter. Niet alleen van televisie, maar ook van vroeger. “Als ik jou zie, moet ik altijd aan mijn vader denken”,…
