Het Bodenmeer in Oostenrijk was de eerste vakantiebestemming van mijn leven. In de touringcar met een vrolijke reisleider, veertig aardige onbekenden, mama en opa en oma. Mijn moeder was met 25 de op één na jongste, ik was drie. Het jaar daarop idem dito, en daarna een keer een reisje langs de Moezel. Telkens kwam ik in een fascinerend vreemde wereld terecht, met spannende steile straatjes, grenzeloze watermassa’s en reusachtige bergen. Ik vermaakte me enorm, werd door iedereen vertroeteld, maar toch was ik soms een beetje verdrietig.
We hadden in Oostenrijk en Duitsland namelijk geen radio en televisie. Geen ‘Pipo de Clown’, ‘Swiebertje’, ‘Arbeidsvitaminen’, niets. Wat een gemis! Plotseling hielden die buitenlandse vakanties op. Opa werd ziek en ging dood, oma werd ziek, bleef leven en mama werd haar mantelzorger,…
