NACHTELIJK BEZOEK
“Goedemorgen!” Uhhh… In de nachtelijke schemer van mijn kamer in het ziekenhuis was ineens een gestalte aan m’n bed verschenen. Het wezen, een verpleegkundige, was me net iets te opgewekt en vooral te wakker. Ik sliep nog, moest van ver komen. Hoe laat is ‘t? “Halfzes, ik kom even bloedprikken. Nou meneer, ik heb flink wat nodig.” Allemachtig. Tien buisjes spreidde ze uit op haar rijdende werkblad. Moeten die allemaal vol?! Op slag was ik wakker. “Ja, maar ik heb de tijd, mijn ochtenddienst is net begonnen.” En voor ik ‘t wist had ik een naald in mijn arm, en klonk er: ‘Hij loopt…”, waaruit bleek dat de aangeprikte ader ruimschoots bloed produceerde. Het ene na het andere buisje vulde zich met mijn donkerrode bloed, kennelijk allemaal nodig…
