De vloed van 1776 was de zwaarste, welke in het geheugen was overgebleven, en men was daarom algemeen in de waan, dat dezelve door geenen opvolgenden zouden kunnen overtroffen worden. De droevige ondervinding echter heeft in de maand februarij dezes jaars het tegendeel, ten koste van het leven en de bezittingen van velen, meer dan te veel bewezen, daar Overijssel toen eene ramp heeft moeten ondergaan, waarbij al het vorige, welke nog in het geheugen zijn gebleven, in geen-en deele kunnen vergeleken worden (…)”, schrijft de Zwolse staatsman en onderwijzer Jan ter Pelkwijk (1769-1834) in zijn verslag van de stormramp van 1825. Een jaar later verschijnt zijn relaas in boekvorm onder de titel ‘Beschrijving van Overijssels watersnood in Februarij 1825’.
DIJKDOORBRAKEN EN OVERSTROMINGEN
De watervloed veroorzaakt in de provincies Groningen,…
