Een broodnuchtere Fries, noemde Henk Dijkstra (65) zichzelf altijd. Engelen, aardstralen, geesten, chakra’s, aura’s; alles wat enigszins riekt naar spiritualiteit deed hij af als ‘zweverig geneuzel’. Totdat vijf jaar geleden zijn moeder overleed en hij zelf te maken kreeg met vreemde, onverklaarbare verschijnselen. “Toen ik naar haar uitvaart reed, klonk op de radio een liedje dat zij vroeger in de keuken zong. Ik had het in geen tijden meer ergens gehoord. Diezelfde avond ging een lamp boven de tafel kapot, terwijl we die net hadden vernieuwd. Op mijn moeders lievelingsstoel streek een vlindertje neer. Ik vond dat bijzonder. Er gebeurde zo veel dat het nauwelijks toeval kon zijn. Het zette me aan het denken: misschien is er toch meer tussen hemel en aarde. Niet zozeer een God, maar iets anders”,…
