Eigenlijk heb ik niets te klagen, ook al ben ik sinds begin april zeventig jaar. Toch is het even slikken, zo’n leeftijd, na decennialang gewend te zijn geweest aan de onbekommerdheid van het jongzijn als tiener en twintiger, het bouwen aan de toekomst als dertiger, het nemen van verantwoordelijkheden als veertiger en vijftiger, en de zestiger die je al met flinke tegenzin werd. Maar 70 heet inmiddels ‘het nieuwe 50’ en, hoewel vergoelijkend bedoeld, komt dat wel zo’n beetje overeen met m’n gevoel. Zeventig jaar, bereikt mede dankzij goede dokters, kansrijke medische behandelingen tegen enkele potentiële levensbedreigingen onderweg, en een liefdevol-bezorgd wakend oog van mijn vrouw. Toch is leuk anders. Ik zou blij moeten zijn, maar het kraakt. Woorden als wilskracht en ambitie, mij op het lijf geschreven, worden tijdens…
