Het is zijn lievelingsplek, Café Restaurant Polder in de Amsterdamse Watergraafsmeer. Daarom wilde hij hier afspreken, zegt hij als hij binnen komt lopen. Hij ziet er goed uit; slank, volle baard, pretogen. “Of bedoel je dat ik er gezond uitzie?” grapt hij. Want dat hoort hij vaker sinds hij de diagnose kanker heeft gekregen. Deze plek voelt als thuis, gaat hij verder, en daarmee bedoelt hij niet dat hij een caféganger is - “Ik ben misschien wel meer een kluizenaar.”- maar dat hij er graag komt. Al jaren. Hij kent de eigenaar, hun beide zoons hebben in de bediening gewerkt. Hij heeft een goede dag, antwoordt hij desgevraagd. Hij maakte die ochtend een grap, zo’n flauwe onderbroekenhumor-grap. Amalia, zijn vrouw, moest erom lachen. “Ze weet dat als ik zo’n grap…
