Ik moet eerlijk toegeven dat ik de laatste tijd soms nadenk over het bevriezen van mijn onderkin. Of nou ja, bevriezen: het eráf vriezen van mijn onderkin. Ja, ik weet het, dat klinkt nog erger. En enger. En kouder. Ik ben genetisch gezien behept met een onderkin; mijn oma had hem ook, het is een dingetje, of bij haar was het meer een ding, maar goed, zij was dan ook al oud. Ik heb hem dus ook, vooral als ik lach: dan trek ik mijn kin naar mijn nek toe en daar vormen zich ondubbelzinnige onderkinnen.
Ja, kinnén. Het zijn er dus zelfs meer.
Maar nu blijkt er een techniek te bestaan om eraf te komen, niks met een mes of snijden of een narcose, en daar denk ik dan…
