Mijn man kijkt met verbazing toe hoe mijn voeten zich in een voor hem onnavolgbaar ritme over de keukenvloer bewegen. Rátátá, één, twee, drie naar links, en dan poempoem anderhalve pas nog een stukje verder, hophop en nu terug, met op een derde een korte stop. Dan een halve draai om vervolgens één, twee, drie, vier sprongetjes recht naar voren te doen en ja, daar gaat het oud papier! Voor het lege glaswerk moet ik een deur verder, naar de bijkeuken.
Met één zo’n ‘dans’ heb ik behalve het oud papier ook de mandarijnenschillen en een klokhuis weggegooid, allerhande rommel in de ‘diversen’ bak gedumpt en het plasticfolie van een boeket bloemen in een andere. Opgeruimd staat netjes. Maar wat heb ik het vervloekt, dat afval scheiden. ‘Gedoe!’ Inmiddels doe…
