Pok, stap, pok, stap, pok, stap. Yaël loopt over de houten vloer door het huis.
Wat maakt dat een lawaai zeg. Haar ene voet zit in het gips, de andere in een pantoffel. Pok, stap, pok, stap. Onhandig laat ze zich op het kleed zakken. Nog drieënhalve week, dan mag het gips eraf. Of eigenlijk mag het er volgende week al af, maar dan wordt het meteen vervangen. En de week daarop, en de week dáárop weer. Yaël heeft niks gebroken, gelukkig niet. Maar ze loopt wel al sinds haar eerste stapjes op haar tenen.
Tenengang heet dat officieel, en het komt vaak voor bij kinderen met autisme. Bovendien loopt ze scheef. Door haar loopje, dat onhandige, tastende loopje van haar waar ik zo veel van ben gaan houden, zijn…
