‘Een gehandicaptengebitje’, zo noemde de collega-moeder Yaëls tanden. Ik snapte meteen wat ze bedoelde, en zij mocht het zeggen, want haar dochter heeft ook een gehandicapten-gebitje. De logopediste had al eens uitgelegd hoe dat kwam: meervoudig gehandicapten hebben meestal hun mond open. Daardoor groeien de boventanden als het ware naar voren en uit elkaar, en niet, zoals het hoort, over de ondertanden. Ja, zeker, Yaël heeft mijn overbeet, maar dan in een soort overdreven fietsenrekvariant. Haar tanden zijn ook wat gelig en ribbelig door de medicijnen tegen de epilepsie. Daar is niks aan te doen, die moet ze nu eenmaal slikken. In het leven is het nu eenmaal vaak kiezen tussen twee kwaden, en dan kies je voor gezondheid en niet voor het mooie uiterlijk. En toch, wat houd ik…
