“Dag, lieve Stef! Wat loop je alweer goed! Ging je net naar boven?
Je kunt zelfs alweer traplopen! Wat gaat die genezing tegenwoordig toch snel, hè? De nicht van onze werkster, je kent haar toch wel, Sanne? Mevrouw Drop? Ja? Nou, haar nicht had een nieuwe heup en die tenniste drie weken later alweer! Of drie maanden. Dat weet ik niet precies. Of was het golf, Will? O, nee! Sjoelen, geloof ik. Nou ja, maakt ook niet uit, het gaat allemaal razendsnel. En jullie zien er allebei ook goed uit, zeg!
We kwamen zomaar, Will en ik. We hebben zelf taartjes mee! Aardbeienschuitjes met gele room. Is dat niet zalig?” Stralend kijkt Cathy in het rond, met het doosje van de banketbakker uitnodigend geheven op haar vlakke hand.
“Heerlijk,” zegt…