“Kijk.”
We wijzen elkaar op details, vriendin en ik. Samen naar het Rijksmuseum, voor het eerst in jaren. En onderwijl praten over kinderen, kleinkinderen, werk, echtgenoten, en de rest van de wereld.
“Dat valt me nu pas op, die tegeltjes aan de onderkant van de muur.” We staan voor Het melkmeisje van Vermeer en zien een plint van Delfts blauwe tegeltjes.
“Wel handig natuurlijk, want zo’n tegelvloer moet je moppen,” zeg ik. “Ja, dan stoot je zo tegen de muur. Die tegeltjes kunnen wel wat hebben.”
“Toch had ik een houten plint gekozen. Jij?”
We kijken goed of we kunnen zien of er butsjes uit de tegels zijn en vragen ons af hoe je zo’n tinnen kan zo glimmend krijgt. Met zand misschien?
“Het is een smetteloos proper melkmeisje,” prijst…
