Mijn ouders waren niet scheutig met het geven van complimenten aan ons. Ze vonden dat niet goed voor kinderen. Bovendien, redeneerde mijn vader, verdiende je geen compliment voor iets waar je kennelijk aanleg voor had, het was je plicht om met je talenten te woekeren. ‘Waarom,’ vroeg hij, mij over zijn bril streng aankijkend boven mijn schoolrapport, ‘is dit een zeven en geen acht?’
Mijn generatie is er, mede als gevolg van die opvoeding, een van onzekere, hardwerkende mensen. Die overigens wel na de jaren zestig de kont tegen de krib gooiden en in opstand kwamen tegen elke autoriteit. Wij gingen het totaal anders doen met onze kinderen. We hadden, dankzij de pil, maar 1,7 kinderen en die moesten al onze verwachtingen waarmaken. Daartoe prezen we ze de hemel in.…
