‘Ik wilde graag een plek om naartoe te gaan, op vakantie en misschien ooit voor langere tijd. Iets van mezelf, wat ik mooi en fijn kon maken’ Ik zag het meteen, het hoge witte huis met het tekoopbord, voorheen de kruidenierswinkel van het dorp, met grote ramen, groene luiken, drie elegante piekjes op het leiendak en een overdadig bloeiende rode klimroos tegen de zijmuur. Midden op het dorpsplein lag het, tegenover de smeedijzeren hekken van het kasteel dat het dorp zijn naam gaf. Mijn huis. In het dorpscafé, de zoektocht ten einde, was het wachten op de makelaar.
Die zoektocht had niet lang geduurd. Althans, het feitelijke zoeken niet. Wel was het idee van een huis in Frankrijk lang door mijn hoofd gegaan. Ik hou van huizen, van oude huizen…
